De man schreef stiekem de woning over op zijn moeder, maar hield geen rekening met één belangrijke detail

— Dat… dat klopt niet helemaal…

— Het klopt heel precies, — zei Kostja. — Morgen gaan we naar de rechter.

— Naar de rechter? — Sergej sprong op. — Waarom?

— Voor bedrog, — antwoordde Galina. — Je hebt in de schenkingsakte de hele woning opgevoerd. Terwijl je maar recht had op een derde.

— Maar… maar…

— Geen maar. Leg het maar aan de rechter uit.

Sergej liep als een opgejaagd dier door de keuken.

— Gal, waarom moet het nou meteen naar de rechter? Laten we dit in de familie oplossen.

— In de familie? — Galina snoof. — Was het ook ‘in de familie’ toen jij stiekem de documenten liet opstellen?

— Mam heeft gelijk, — Kostja pakte zijn telefoon. — Pap, heb je eigenlijk wel nagedacht bij wat je deed?

— Natuurlijk heb ik nagedacht! Ik dacht aan jullie! Aan de familie!

— Welke familie? — Galina stond op. — Je hebt ons verraden!

— Ik heb niemand verraden!

— Waarom heb je het dan verborgen? Waarom heb je niets gezegd over dat je de woning aan je moeder ging schenken?

Sergej bleef staan. Veegde het zweet van zijn voorhoofd.

— Ik… ik dacht dat je het niet zou begrijpen.

— Niet begrijpen wát? Dat je me wilde dumpen?

— Gal, wat heeft dat ermee te maken? We gaan toch niet scheiden!

— En als we wél scheiden?

— Dat gebeurt niet!

— Hoe weet jij dat? Misschien heb ik het besluit al genomen!

Sergej werd nog bleker.

— Ben je serieus?

— Wat denk je zelf? Na zo’n “cadeautje”?

Kostja legde zijn telefoon weg.

— Pap, weet oma dat ze niet het hele appartement heeft gekregen?

— Wat heeft oma hiermee te maken?

— Alles. Ze denkt dat ze nu de volledige eigenaar is. Terwijl ze in werkelijkheid maar een derde heeft.

— Dat… dat is tijdelijk…

— Wat is tijdelijk? — Galina boog zich naar hem toe. — Wat heb je haar wijsgemaakt?

— Ik heb niets wijsgemaakt!

— Sergej, ze gelooft dat ze alles heeft gekregen! Wat gebeurt er als ze de waarheid hoort?

Sergej zakte op een stoel en verborg zijn gezicht in zijn handen.

— Ze hoeft het niet te weten.

— Ze zal het wél weten! — Kostja sloeg met zijn hand op tafel. — Zodra we naar de rechter gaan, komt alles boven tafel!

— Waarom naar de rechter? Laten we het zelf oplossen!

— Hoe oplossen? — vroeg Galina. — Jij hébt ons al ‘opgelost’!