“Ik begrijp alles nu. Ik had ongelijk. Laten we morgen afspreken?”
Verwijderd zonder verder te lezen.

Om half twaalf ging de telefoon opnieuw.
“Je wilt toch niet alleen achterblijven? We leefden goed samen.”
Asja zette het geluid van haar telefoon uit en ging slapen. In haar eigen bed, in haar eigen appartement, zonder vreemde geluiden of ongewenste aanwezigheid.
’s Ochtends stond ze vroeg op, zoals altijd. Ze maakte koffie in de cezve — en merkte dat haar eigen manier van koffiezetten haar veel beter beviel dan die uit de machine. Ze maakte zich rustig klaar voor haar werk; niemand bezette de badkamer of gaf commentaar op haar kledingkeuze.
De hele week kwamen er berichten van Roman. Asja las ze niet — ze verwijderde ze zodra ze zijn naam zag. Geleidelijk namen de berichten af.
In het weekend ruimde ze haar kast opnieuw in en zette alles terug op zijn plaats. In een hoek vond ze een vergeten T-shirt van Roman — dat belandde meteen in de vuilniszak. Ze kocht een nieuw, vrolijk en kleurrijk beddengoedset, totaal anders dan wat de voormalige huisgenoot zou hebben uitgekozen.
Op het werk kreeg ze een aanbod van een grote klant — een zakenreis naar een andere stad voor twee weken. Goed geld, een interessant project. Eerder wees Asja zulke lange trips af, maar nu zei ze meteen ja.
Tien dagen later, terwijl ze zich op de reis voorbereidde, kwam er een nieuw bericht van Roman.
“Asja, kunnen we elkaar tenminste ontmoeten? Normaal praten?”
Ditmaal besloot ze te antwoorden.
“Ontmoet je moeder maar. Ik ben niet van plan een kosteloos pension te runnen.”
Na dat bericht schreef Roman niet meer.
Asja pakte haar koffer in en controleerde de documenten voor de zakenreis. Het appartement was opgeruimd — haar orde, zonder andermans spullen of eisen. Morgen was de vlucht, een nieuw project, nieuwe kansen.
Op de vensterbank stond een cactus die haar collega’s haar voor haar verjaardag hadden gegeven. Een onderhoudsarm plantje dat geen constante zorg vereist. Precies wat je nodig hebt als druk mens.
Asja glimlachte, deed het licht uit en ging slapen. Morgen begint een nieuwe fase — zonder ongewenste gasten, bemoeizuchtige moeders en aanspraken op haar woonruimte. Het appartement was weer een thuis, geen tijdelijk toevluchtsoord voor mensen die gastvrijheid verwarren met gratis onderdak.
