Ze glimlachte. Hij had gelijk. Ze had geen bewijs nodig. Geen excuses, hoewel ze die kreeg. Geen erkenning dat ze meer verdiende, hoewel dat gezegd werd. Het belangrijkste was iets anders — ze had haar ruimte beschermd. Haar huis. Haar leven.

En ze had haar man geleerd dat ook te doen.
— Laten we gaan slapen, — zei ze. — Morgen moeten we vroeg op.
— Naar je werk? — hij grijnsde. — Naar dat werk dat niet bestaat?
— Precies dat. — Veronika stond op en rekte zich uit. — Morgen heb ik een rapport voor een grote klant. Als alles goed gaat, wordt de bonus flink.
— Dan geven we het uit aan iets leuks?
— Aan iets voor ons tweeën. — Ze pakte zijn hand. — Alleen voor ons.
Ze liepen naar de slaapkamer. Veronika sloot de deur en bleef een seconde stil staan, luisterend. Stilte. Geen stappen in de gang, geen zuchten achter de muur, geen demonstratief dichtslaan van deuren. Alleen stilte en rust.
Haar huis. Haar regels. Haar leven.
En niemand zou haar ooit nog durven zeggen dat ze verkeerd leeft.
Toen Maria Sergej voor het eerst mee naar huis nam, gebeurde precies datgene waar ze het meest bang voor was.
Ruzie, tranen, dichtslaande deuren… het leek alsof de familie definitief uiteenviel. Maar juist dat moment werd het begin van een nieuw vertrouwen.
